Judo is een spel van aanval en verdediging. De aanvaller wil de balans verstoren en werpen, terwijl de verdediger
zijn balans juist wil behouden.
Op de grond wil de aanvaller de ander onder controle krijgen en de verdediger
wil dit voorkomen of zich bevrijden uit die controle.
Dit spel is dynamisch en wisselend van rol van aanvaller en
verdediger.Discipline en zelfvertrouwen nemen automatisch een
steeds grotere plaats in.
Altijd staat zorg voor elkaar centraal.
De grondlegger van het Judo, de Japanner Jigoro Kano,
heeft niet voor niets het Jiu-Jitsu qua naam veranderd in Judo: "De zachte
weg".
Hoewel Judo een typische Zen-kunst is en tegelijkertijd een filosofie, gebaseerd
op het menselijk instinct, wordt het door het merendeel van de beoefenaren niet
(meer) zo gezien. Judo is een sport geworden.
Het filosofische beginsel leeft echter nog wel sterk in Japan. Daar geldt het
als een wetenschap van studie van de potentiële krachten van lichaam en geest
en van de manier om ze in gevechtstechnieken zo doelmatig mogelijk toe te
passen.
De moraalcode van het judo
DE VRIENDELIJKHEID
Dat is het respect voor de ander
DE MOED
Dat is doen wat rechtvaardig is
DE OPRECHTHEID
Dat is zich uiten zonder zijn gedachten ie verbergen
DE EER
Dat is trouw zijn aan het gegeven woord
DE EENVOUD
dat is praten over zichzelf zonder trots
HET RESPECT
Zonder respect kan geen enkel vertrouwen ontstaan
DE ZELFBEHEERSING
Dat is zich in weten te houden als de drift opkomt
DE VRIENDSCHAP
Dat is het zuiverste van de menselijke gevoelens