|
Omhoog
| | Blessurepreventieve
maatregelen voor Judo
Sportuitrusting
- Sportkleding
- Beschermende materialen
Training
- Warming-up/cooling-down
- Belasting/belastbaarheid
- Techniek
Gedrag
- Fair Play
- Gezonde leefstijl
Sportomgeving
- Trainer/coach
- Medespeler/tegenstander
Sportmedische begeleiding
- EHBSO
- Blessureherstel/sportrevalidatie
Wat betreft sportkleding is vooral de functionaliteit van belang; het moet een
zekere mate van bewegingsvrijheid geven. Voor verschillende sporten zijn
verschillende materialen op de markt gebracht. Bij de aanschaf van judo kleding
zijn de volgende zaken van belang: duurzame kwaliteit (in het bijzonder de
trekvastheid), een goede vocht- en temperatuurregeling, gemakkelijk onderhoud,
het comfort, veel bewegingsvrijheid en de vereisten van de sport. Voor
informatie over judo kan men bij de betere sportzaak terecht.
Ook bij judo kunnen diverse beschermende materialen worden gebruikt. Als
een sporter medisch behandeld is voor een bloeding in de oorschelp, kan het
dragen van een waterpolocap of het aftapen van beide oren met een tape rondom
het hoofd voorkomen dat er opnieuw een bloeding ontstaat. Zo kunnen
bloemkooloren (=misvorming van de oorschelp) worden vermeden! Vingers, enkels,
etc. kunnen preventief getapet worden om (herhaling van) blessures te voorkomen.
Bij judo worden spieren, pezen en gewrichten intensief belast. Niets aan
de hand, als tenminste met een goede warming-up wordt begonnen! Een goede
warming-up zorgt ervoor dat de spieren warm en soepel worden. Het is zowel
fysiek als mentaal een prima voorbereiding op de komende lichamelijke
inspanning. Daardoor neemt de kans op acute en chronische sportblessures
aanzienlijk af. Bovendien verbeteren zo de prestaties en wordt het judo plezier
vergroot. Een goede warming-up duurt minimaal 15 minuten en bestaat uit drie
onderdelen:
1) Losmakende oefeningen
2) Rekoefeningen
3) Sportspecifieke oefeningen.
Nu is dit in een les van een uur natuurlijk niet haalbaar, daar begin je met
valbreken om goed warm te worden maar op een toernooi kan dit wel, doe maar eens
tikkertje dat is leuk en je doet gelijk een warming-up
Om het herstel na het sporten te bevorderen en spierpijn te voorkomen is het
verstandig om na de training of wedstrijd een cooling-down uit te voeren. Een
goede cooling-down duurt maximaal 15 minuten en begint en eindigt met een rustig
loop- of dribbelpasje. Tussendoor rek je met name de spiergroepen die extra
belast zijn geweest tijdens de inspanning.
Het spreekt voor zich dat een goede algehele getraindheid de kans op het
ontstaan van judo blessures vermindert. Als men ongetraind aan judo
begint, is men nog lichamelijk onvoldoende fit, waardoor de kans op
overbelasting en blessures groter is. Lichamelijke fitheid wordt onderscheiden
in uithoudingsvermogen, kracht, lenigheid, snelheid en coördinatie. Om
blessures te voorkomen, is een goede trainingsopbouw uitermate belangrijk. De
belasting van de training moet goed afgestemd zijn op de fitheid (of
belastbaarheid) van de sporters.
De kans op een judo blessure wordt niet alleen verkleind door een optimale
algemene fitheid, maar ook door het aanleren van de benodigde sportspecifieke
vaardigheden, oftewel technieken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan werp- en
valtechnieken. Een goede techniek zorgt ervoor dat de sporter de benodigde
vaardigheden optimaal kan uitvoeren met de minste kans op acute of chronische
overbelasting. De enige manier om deze technieken goed onder de knie te krijgen,
is door veel te trainen onder deskundige begeleiding. Op den duur is het
bewegingspatroon er zodanig ingeslepen dat het een soort automatisme is
geworden. Het is van groot belang om vanaf het begin de juiste technieken te
leren, want een foute techniek is later niet gemakkelijk af te leren.
Sportiviteit en respect zorgen ervoor dat judo leuk en veilig blijft. Want
onsportiviteit, ruw spel en agressief gedrag leiden vaak tot onnodige blessures,
niet alleen bij de tegenstanders, maar ook bij de veroorzaker zelf. Het zou
vanzelfsprekend moeten zijn dat een men zich aan de spelregels houdt. Niet
alleen aan de geschreven, maar ook aan de ongeschreven regels voor wederzijds
respect en een goede omgang met elkaar. Veel van de spelregels zijn bedoeld om
de veiligheid te verhogen. Een goede kennis van de spelregels, en controle op de
naleving hiervan, helpen dan ook om blessures te voorkomen en judo leuk en
plezierig te maken. Trainers, scheidsrechters, bestuursleden, maar ook de
sporters zelf hebben daarbij een belangrijke taak. Men moet zich niet alleen aan
de regels houden uit angst voor een sanctie. Sportiviteit moet een sporter zelf
willen. En dat zou hij ook moeten volhouden als hij vindt dat de tegenstander
zich niet aan die regels houdt en zelf begonnen is of als de scheidsrechter een,
in zijn ogen, verkeerde beslissing neemt. Fair Play draagt op die manier niet
alleen bij aan het terugdringen van blessures, maar draagt ook op een positieve
manier bij aan het imago van de judo -vereniging!
Een gezonde leefstijl is voor iedereen van belang, maar zeker ook voor sporters.
Sportbeoefening stelt hoge eisen aan de beoefenaren. Een ongezonde leefstijl
belemmert het optimaal functioneren van lichaam en geest tijdens het sporten.
Voor een gezonde sportbeoefening zijn met name voeding, drinken, verantwoord
gebruik van alcohol, rookontmoediging en een gezond lichaamsgewicht van belang.
Voeding
Voeding bevat de brandstoffen die noodzakelijk zijn voor de sportieve prestatie.
Voor de meeste sporters is een evenwichtig samengestelde maaltijd (ontbijt,
lunch, diner) al voldoende.
Drinken
Drinken vervangt het vocht dat tijdens het sporten verloren gaat (transpiratie).
Sportbeoefening langer dan 1 uur veroorzaakt behoorlijk vochtverlies (1-2 liter,
afhankelijk van het klimaat) en kan al snel tot prestatiedaling leiden. Als
gewacht wordt met drinken tot het dorstgevoel komt, is men meestal al te laat
met aanvulling. Dus drink vooraf en (indien mogelijk) ook tussendoor om een te
groot vochttekort voor te zijn.
Roken
Roken en sport gaan niet samen. Roken belemmert de opname en het transport van
zuurstof in ons lichaam. En zuurstof heeft het lichaam nu juist zo hard nodig
voor het leveren van sportprestaties. Nicotine in de tabak leidt bovendien tot
vernauwing van de bloedvaten en versnelling van de hartslag. En dat terwijl de
sportprestatie vraagt om een optimale doorbloeding van de spieren. Aangezien
veel jongeren astmatisch zijn, is het feitelijk asociaal om in hun bijzijn te
roken. Veel sportverenigingen hebben dan ook een rookverbod tijdens
jeugdwedstrijden.
Overgewicht
Sporters met overgewicht (door overmatig vet) belasten hun spieren, pezen en
gewrichten aanzienlijk meer dan sporters zonder overgewicht. De kans op een
blessure door overbelasting is bij hen dan ook duidelijk groter. Bovendien
onderdrukt overgewicht het prestatievermogen door de negatieve invloed op
bijvoorbeeld het uithoudingsvermogen en de snelheid. Sporters met overgewicht
wordt geadviseerd extra aandacht te besteden aan de trainingsopbouw. Uiteraard
is het verstandig om te streven naar een gezond gewicht.
Trainers en coaches kunnen helpen een groot aantal blessures te voorkomen omdat
zij sporters positief en negatief kunnen beïnvloeden. Trainers bepalen de
belasting van de trainingen, over kortere en langere perioden. Als deze niet
goed afgestemd is op de belastbaarheid van de sporters, lopen zij een vergrote
kans op een sportblessure. Het is dan ook van belang dat de trainer goed op de
hoogte is van de algemene gezondheid en eventueel medicijngebruik van de
sporters. Als de trainer niet zelf begeleidt tijdens wedstrijden, is regelmatig
overleg met de coach noodzakelijk. Daarnaast kunnen trainers en coaches
stimuleren dat preventieve maatregelen getroffen worden, door het geven van
informatie en advies aan sporters, ouders en begeleiders. Al met al zijn er veel mogelijkheden voor een trainer om de
kans op of de ernst en duur van sportblessures te verminderen door het aanleren
van de juiste techniek, een goede trainingsopbouw, het creëren van een veilige sportomgeving en het propageren
van Fair Play.
Vechtsporten, waarbij contact met de tegenstander een onlosmakelijk deel van de
sport is, zijn bekend om het hoge aantal sportblessures. Deze blessures ontstaan
bij wijze van ongeluk tijdens onvermijdelijk lichaamscontact (bijvoorbeeld
ongelukkig terecht komen na een worp) of ten gevolge van het opzettelijk begaan
van een overtreding (bijvoorbeeld knijpen of bijten). Helaas zijn niet al deze
blessures te voorkomen. Helaas zijn deze ongevallen, net zoals
verkeersongevallen, niet allemaal te voorkomen. Door een goede beheersing van de
sportspecifieke technieken en Fair Play kan het aantal echter wel zo laag
mogelijk blijven.
Ofschoon al het nodige gedaan wordt aan preventie, zijn helaas niet alle
sportblessures te voorkomen. Een goede en snelle Eerste Hulp Bij Sport
Ongevallen (EHBSO) kan echter de ernst en gevolgen van de ontstane weefselschade
beperken. Want het herstel begint in feite al op het moment dat de eerste hulp
op gang komt.
Een algemene vuistregel bij de eerste hulpbehandeling van veel voorkomende
sportblessures, zoals verstuikingen, kneuzingen en spierscheuringen, is de
zogenaamde ICE-regel. Het woord ICE staat voor het gebruik van ijs of cold-pack
(koelen) en de letters afzonderlijk voor:
I =Immobilisatie (niet belasten of bewegen);
C=Compressie (drukverband aanleggen);
E=Elevatie (hoogleggen en rust houden).
Voor het optimaal herstel van een sportblessure moet voldoende tijd genomen
worden. Elke blessure kent een min of meer vastliggende biologische
genezingstijd. Deze tijd is niet of nauwelijks in te korten, daarentegen kan
door slecht met een blessure om te gaan deze tijd wel onnodig langer worden. Als
de ergste pijn verdwenen is, wil dat niet zeggen dat het beschadigde weefsel
volledig genezen en dus weer volledig belastbaar is. Niks doen is zelden de
juiste oplossing. Door enkele weken niet te sporten vanwege een blessure, gaat
de fysieke fitheid al snel achteruit. Sportspecifieke trainingsvervangende
arbeid kan in die fase heel zinvol zijn. Denk dan bijvoorbeeld aan aquajoggen en
zwemmen, maar ook roeien, fietsen en fitness zijn vaak mogelijk. Daarnaast zijn,
in overleg met de behandelaar (sportarts, sportfysiotherapeut), ook
hersteloefeningen mogelijk. Ook het dragen van een tape of een brace kan
effectief zijn om herhaling van oude gewrichtsblessures te voorkomen. Dit
laatste geldt met name voor blessures aan de enkel. De sporter kan pas weer
volledig meedoen met de trainingen wanneer: geen pijn of zwelling bij belasting
ontstaat, het geblesseerde lichaamsdeel voldoende bewegingsmogelijkheden heeft
en de algehele lichamelijke fitheid voldoende is. Een sporter is echter pas weer
volledig wedstrijdgeschikt als hij zowel fysiek als mentaal volledig fit is!
| |


|